Een Shoot the Moon site laatst bijgewerkt op: 22 september 2021 ©  2021 Droom van een kamermeisje (Seeräuberjenny / Pirate Jenny or The Black Freighter) is een beroemd lied uit de Driestuiversopera (Die Dreigroschenopera / Threepenny Opera) van Bertold Brecht en Kurt Weill (1928), gebaseerd op de 18e-eeuwse Beggars Opera. De beroemdste vertolker van Jenny (zowel de rol als het lied) is Lotty Lenya. Het toneelstuk telt 22 liederen; het enige dat nog beroemder is als dit, is Mackie Messer (Mack the Knife). Mijne heren, u ziet mij nu bezig met de vaat En ik ruim op wat u achterlaat En u geeft mij een fooitje, en ik zeg schielijk dank je wel En u ziet mijn vuile lorren in dit lorrige hotel Toch weet u nog niet met wie u praat... Toch weet u nog niet met wie u praat... Dan klinkt geschreeuw in de haven 's avonds laat En een ieder vraagt, wat schreeuwen ze daar? En ze zien mij staan giechelen bij de vaat En ze zeggen, waarom giechelt zij zo raar? En een schip, met acht zeilen En met vijftig kanonnen, ligt klaar aan de ka Een dikke fooi voor m'n stoffen en sloven geeft men En nog meer als ik hen verwen Ik laat de rommel nu de rommel, maar ik verschoon de bedden wel Hoewel niemand meer zal slapen in dit lorrige hotel En men weet nog steeds niet wie ik ben... En men weet nog steeds niet wie ik ben... Dan klinkt uit de haven een donderend geluid Wat is dat voor geluid? vraagt men bang En ze zien mij staan lachen door de ruit En ze zeggen, waarom lacht zij zo wrang? En een schip met acht zeilen En met vijftig kanonnen, beschiet de stad Ja heren, nu vergaat het lachen jullie wel Uw prettig leven wordt nu een hel En de hele stad wordt met de grond gelijk gemaakt Slechts het lorrige hotel wordt door geen schot geraakt En ze vragen: wie woont daar dan wel? En ze vragen: wie woont daar dan wel? 's Nachts wordt steeds dezelfde vraag gehoord Blijft het hotel van een ramp verschoond? Tegen de morgen ziet men mij komen uit de poort En ze zeggen, heeft zij daar al die tijd gewoond? En het schip met acht zeilen En met vijftig kanonnen hijst vlaggen in de mast In de middag gaan er honderd aan wal bij de werven En trekken door een stad vol scherven Ze attackeren iedereen en na een korte strijd Wordt iedereen in ketens aan mij voorgeleid En ze vragen mij: wie moet er sterven? En ze vragen mij: wie moet er sterven? Die doodsvraag doet een diepe stilte vallen Tot het antwoord galmt tot ver op zee En dan horen ze mij zeggen: allen! En als er dan een kop valt, zeg ik: Hupsakee! En het schip met acht zeilen En met vijftig kanonnen, zeilt weg ... En neemt mij met zich mee. Bertold Brecht, muziek Kurt Weil
web counter